Apathie in China


Tijdens mijn tijd in China werkte ik als vrijwilliger voor een non-profitorganisatie in Xi’an. Het was mijn taak om hen als marketing consultant te helpen bij fondsenwerving en het promoten van de organisatie. Het bleek geen gemakkelijke opgave.

Dit kwam deels door een schandaal met een jongedame, Guo Mei Mei, die met foto’s van dure auto’s en kleding op sociale media pronkte en beweerde manager te zijn bij het Chinese Rode Kruis. Het bleek een verzonnen verhaal, maar onder het mom van ‘waar rook is moet vuur zijn’ schortte een groot deel van de bevolking de steun aan goede doelenop, omdat de transparantie ontbrak. Een andere oorzaak was dieper geworteld in de Chinese psyche en werd me duidelijk bij het lezen van een rapport genaamd World Giving Index.

World Giving Index

In het betreffende onderzoek was de filantropische bereidheid van de bevolking van 153 landen onderzocht. In de introductie van het stuk was te lezen: “Het schenken van tijd of geld om anderen te helpen wordt door sociologen gezien als een maatstaf voor de verbondenheid in een samenleving. Bijna alle landen en culturen hebben hun eigen complexe tradities van liefdadigheid, welke gevormd zijn door hun geschiedenis, gewoonten en religies. Het niveau van geven zegt iets over de kracht van de samenleving; de mate waarin individuen bereid zijn bij te dragen aan de behoeften van anderen in hun eigen omgeving of over de grens.’

In alle landen werd een steekproef binnen de bevolking gedaan en werden de respondenten drie vragen gesteld: Zou je aan een goed doel doneren? Zou je vrijwilligerswerk willen doen? Zou je een vreemdeling helpen? Ik was onaangenaam verrast toen ik zag dat China op de 147e plaats was geëindigd met een gemiddelde score van 14% dat op deze vragen ‘ja’ had geantwoord.

Ter vergelijking, Australië en Nieuw Zeeland stonden op een gedeelde eerste plaats met 57% en Nederland op de 7e plaats met 54%. In China was slechts 11% van de respondenten bereid om een donatie te doen aan een goed doel, 4% gaf aan bereid te zijn om vrijwilligerswerk te doen en 28% was bereid een vreemdeling te helpen. Overigens was er volgens het rapport geen directe correlatie tussen de rijkdom in een land en de bereidheid te helpen. Relatief arme landen als Sri Lanka, Laos en Sierra Leone haalden de top 15.

Dit was slecht nieuws. Het betekende dat we met fondsenwerving een zware klus te doen hadden.

Achttien voorbijgangers

Niet lang nadat ik het World Giving Index-rapport gelezen had hoorde ik het nieuws over een incident met een tweejarig meisje, Tong Yue Yue. Toen haar moeder even niet oplette werd Yue Yue in een steegje door een auto overreden. Vervolgens werd ze door maar liefst 18 voorbijgangers genegeerd en door een tweede auto overreden.

Uiteindelijk werd ze door een arme vrouw, die voor een euro per dag plastic flessen uit vuilnisbakken vist, van de straat getrokken. Het meisje overleed een week later in het ziekenhuis. De buitengewoon schokkende beelden die door een beveiligingscamera werden gemaakt deden zowel binnen als buiten China veel stof opwaaien.

Ik was vastberaden uit te vinden waar deze merkwaardige apathie van de Chinezen vandaan kwam. Het is heel gemakkelijk om dit gedrag af te keuren, zoals in een aantal westerse media gebeurde. Maar ik was vooral geïnteresseerd wat dit gedrag veroorzaakte. Wat in de cultuur van China vormt de onderliggende oorzaak?

Na het lezen van The World Giving Index 2010 begon ik op een internetforum een verhitte discussie met zowel westerse als Chinese vrienden en kennissen. Ook zocht ik in een aantal boeken en websites naar verklaringen. Uit deze verschillende bronnen heb ik de volgende analyse kunnen samenstellen.

Binnenplaatsperceptie

Confusius leerde de Chinezen het belang van kalmte en sociale orde. De nadruk op het belang van de familie is enorm evenals guanxi, het netwerk aan connecties dat je opbouwt. De filosoof Needham merkte ooit op, dat China een ‘binnenplaatsperceptie’ van de wereld hebben. Ze houden hun eigen huis en binnenplaats keurig schoon, maar hebben er geen enkel probleem mee om in het steegje erbuiten hun afval te dumpen.

Eenzelfde mentaliteit tonen ze naar hun medemens; iedereen binnen de familie en guanxi netwerk (inclusief klasgenoten en collega’s) is belangrijk. Iedereen buiten deze sociale binnenplaats telt niet mee. Het resultaat is voordringen in de bus of lift en ander in onze ogen asociaal gedrag naar ‘buitenstaanders’. Op hun beurt zeggen Chinezen over westerlingen:’Ze behandelen vreemdelingen als vrienden en hun eigen familie als vreemden’.

‘Little Emperor Syndrome’ lijkt een andere factor in de schijnbare apathie. Om de enorme bevolkingsgroei terug te dringen werd in 1978 de eenkindpolitiek ingevoerd en mochten paren (uitzonderingen daargelaten) slechts één kind krijgen. Deze harde maatregel had enkele onplezierige psychologische bijwerkingen. Zo wordt het enige kind door ouders en vier grootouders enorm verwend. Altijd krijgen waar het om vroeg en nooit gewend zijn om te moeten delen met broertjes of zusjes speelt ongetwijfeld een rol bij het gebrek aan empathie voor anderen.

Rechtssysteem

Een reden waarom niemand Tong Yue Yue hielp toen ze door de auto overreden werd heeft te maken met het Chinese rechtssysteem. In het verleden zijn er voorvallen geweest waarbij mensen verkeersslachtoffers hielpen vervolgens zelf werden aangeklaagd. Een man die een gevallen vrouw naar het ziekenhuis bracht en haar behandelingskosten vooruitbetaalde werd na een rechtszaak schuldig bevonden als zijnde de dader van het ongeval. Immers, als  hij niet de dader zou zijn dan zou er geen enkele reden geweest zijn om haar naar het ziekenhuis te brengen en haar behandeling te betalen!

Er zijn talloze verhalen als deze en er zijn bovendien diverse gewetenloze personen die een ongeluk in scene proberen te zetten in een poging onschuldige personen of hulpverleners geld afhandig te maken. Volgens de wet wordt vrijwillige betrokkenheid bij hulpverlening na een ongeluk gezien als een erkenning van schuld. Chinezen weten dat ze in de problemen kunnen raken als ze helpen en besluiten daarom maar niet te helpen. De uitslag van een enquête die gehouden werd na de dood van Tong Yue Yue onderschrijft dit: vrijwel alle respondenten gaven de verklaring dat de 18 voorbijgangers zelf niet in de problemen wilden komen. Slechts 21% van de respondenten gaf aan in een dergelijke situatie zelf fysieke hulp te willen verlenen.

Hoop

Het was om moedeloos van te worden, zeker als je de taak had deze mensen aan te zetten tot doneren of tot het doen van vrijwilligerswerk. Ik sprak met de oprichter van een lokale organisatie die daklozen voorziet van eten en warme dekens over mijn gevoel dat ik vocht tegen de bierkaai. Hij onderschreef al mijn conclusies, maar gaf me ook nieuwe hoop.

‘Geef de Chinezen een mogelijkheid, een nieuwe manier en ze grijpen die met beide handen. Dat is de reden van het voortbestaan van onze organisatie. Ik houd vol, omdat dit land het nodig heeft en omdat verandering zich daadwerkelijk voordoet. Ze zijn ongelofelijk barmhartig maar hun samenleving dicteert dat ze zich op een manier moeten gedragen die tegen hun natuurlijke instinct in lijkt te gaan.’

In december 2013 werd een update van de World Giving Index gepubliceerd. Wederom bungelt China ergens onderaan de lijst, met scores die slechts marginaal beter waren dan 3 jaar geleden. Er is dus nog volop ruimte voor verbetering. De vraag is wie het Chinese volk hierin gaat leiden. De overheid besteedt liefdadigheidswerk uit aan non-profits organisaties en geeft zelf het slechte voorbeeld. En niet alleen met het graaigedrag van corruptie ambtenaren.

Vorig jaar beloofde de Chinese regering de Filipijnen $100.000 financiële hulp na de orkaan Haiyan, een bedrag dat na een storm van kritiek werd verhoogd naar een nog steeds matig bedrag van $1,6 miljoen. Zelfs Ikea doneerde meer aan de slachtoffers van de natuurramp. Gelukkig merk je op internet ook dat de jongere generatie steeds vaker apathie en materialisme afkeurt. Ooit moet het dan ook goedkomen in China, maar er is nog een lange weg te gaan.