Boekrecensie: The China Questions


China Questions – Critical Insights Into A Rising Power is een boek waar ik erg naar uit heb gekeken, mede omdat het door verschillende Chinakenners werd aanbevolen.

Het boek bevat 36 essays van China-academici, veelal (assistent) professoren, gelieerd aan het Fairbank Center for Chinese Studies van de Harvard University. De redacteuren Michael Szonyi en Jennifer Rudolph hebben passende vragen geselecteerd en aan de 36 medewerkers voorgelegd. De hoofdstukken beantwoorden elk een vraag in redelijk compacte en hapklare brokken van zo’n 10 tot 15 pagina’s (ongeveer 2.000 woorden). China Questions is daarmee wel een boek dat niet heel erg diep ingaat op de onderwerpen. Eigenlijk is dat een beetje vreemd, want een van de doelstellingen van de redacteuren was het wegnemen van oversimplificatie van informatie over China… Desalniettemin wordt de lezer in diverse hoofdstukken duidelijk gemaakt dat zaken vaak complexer in elkaar zitten dan in eerste instantie gedacht wordt. Het boek is hiermee vooral geschikt voor personen die nog niet heel erg veel kennis over het land hebben en graag in korte tijd een vrij breed perspectief willen verkrijgen.

Om alle 36 vragen die in het boek behandeld worden elk apart de revue te laten passeren is wat veel van het goede, maar enkele interessante voorbeelden zijn:

  • Kan het bestrijden van corruptie de Communistische Partij redden?
  • Kan de Communistische Partij iets leren van de Chinese keizers?
  • Wat kan China ons leren over armoedebestrijding?
  • Waarom komen er zoveel Chinese studenten naar de Verenigde Staten?

Andere onderwerpen die voorbij komen zijn Mao, etnische spanningen, publieke opinie, defensie, buitenlandse zaken en de relatie met andere landen in Azië inclusief Japan en Taiwan, de Verenigde Staten, economische groei, urbanisatie, handel, filantropie, milieuvervuiling en – bewustzijn, eenkindpolitiek, gezondheidszorg, religie, wetgeving, Confucius, intellectuelen, de Zijderoute, klassieke literatuur, propaganda en de Culturele Revolutie. Het boek promoot zichzelf als een verzameling vragen die ‘er echt toe doen’ en bij het grote publiek leven. Ik trek echter serieus in twijfel of dit geldt voor vragen als ‘Hoe is Chinastudie de laatste zestig jaar veranderd?’ en ‘Zijn de klassieke Chinese romans van belang?’. Dit lijken me toch vooral zaken die sinologen zullen bezighouden.

De veelal gesloten of suggestieve vragen, bijvoorbeeld ‘Is het Chinese Communistische regime legitiem?’, spelen in op gangbare vooroordelen. De redacteuren hebben dit met opzet gedaan om discussie op te roepen over zaken die bij het grote publiek leven. In verschillende hoofdstukken worden die vooroordelen vakkundig ontkracht en wordt de lezer met nieuwe inzichten achtergelaten.

Het brede scala aan geleerden is zowel de kracht als de zwakte van deze bundel. Aan de ene kant zorgen ze gezamenlijk voor een enorm gevarieerd assortiment aan onderwerpen dat behandeld wordt in het boek. Dit is een groot voordeel, hoewel er waarschijnlijk niemand is die in alle in dit boek behandelde onderwerpen in dezelfde mate geïnteresseerd is. Toch zullen er in de 5 categorieën waarin het boek is verdeeld – politiek, internationale relaties, economie, milieu, samenleving en geschiedenis & cultuur – voor elke lezer voldoende boeiende onderwerpen te vinden zijn.

Een nadeel van deze variëteit aan schrijvers is dat je ook te maken krijgt met een grote diversiteit aan stijlen. Sommige schrijvers brengen hun bijdrage in een toegankelijke en boeiende schrijfstijl, anderen schrijven te academisch en droog. En dat terwijl de redacteuren de medewerkers opdracht hadden gegeven om te schrijven in een stijl die toegankelijk en interessant was voor een breed publiek, zonder academisch jargon, citaten en voetnoten. Dit is helaas niet altijd gelukt. Hierdoor is het regelmatig voorgekomen dat ik vol interesse begon aan een nieuw hoofdstuk, zeer geïnteresseerd in de bijbehorende vraag, om vervolgens toch wat teleurgesteld te worden. In een aantal gevallen lijkt het er bovendien op dat niet een specifieke vraag het uitgangspunt is geweest, maar deze er achteraf wat geforceerd aan is toegevoegd. Of misschien hebben de schrijvers zich niet altijd laten beperken door de aan hen voorgelegde vraag. Als gevolg daarvan lijken sommige hoofdstukken langzaam, of zelfs helemaal niet, tot de kern van de vraag en het bijbehorende antwoord te komen. Zo gaat het hoofdstuk over de vraag of er nog ooit een nieuwe Dalai Lama zal komen enorm lang in op de historie van het ontstaan van deze religieuze rol om de vraag in de laatste twee zinnen vluchtig te beantwoorden.

Over het algemeen wordt er redelijk genuanceerd en objectief omgegaan met de materie en worden populistische stellingen zoals we die vaak in de reguliere media voorbij zien komen gemeden. Maar de antwoorden blijven natuurlijk wel gestoeld op het perspectief en de mening van de individuele schrijvers. Gezien de achtergrond van de schrijvers en uitgever ligt de nadruk hier en daar bovendien sterk op de relatie tussen China en de Verenigde Staten.

Uiteindelijk is China Questions een kwestie van ‘hit-and-miss’ waarbij de categorie waarin de verschillende hoofdstukken vallen sterk zal afhangen van de individuele lezer. Persoonlijk vond ik de eerste helft van het boek boeiender dan de hoofdstukken in de laatste sectie geschiedenis & cultuur die vaak saai, droog geschreven, soms weinig ‘to-the-point’ en qua onderwerpen minder interessant waren. En dat is jammer, want omdat ik het boek over een periode van een paar maanden heb gelezen en de laatste hoofdstukken het meest bijblijven, is mijn oordeel minder positief dan op basis van het gehele boek. In het eindoordeel heb ik daarom een extra punt toegevoegd, wetende dat eerste delen van het boek een stuk boeiender waren.

Oordeel: 7/10