De Chinese Lerares: Studeren in China versus Nederland


In deze serie volgen we de Chinese Jessica Sun in haar ervaringen als lerares Chinese Taal en Cultuur op Nederlandse middelbare scholen.

De afgelopen maanden lazen we hoe Jessica Sun, docent Chinese Taal en Cultuur, begon aan een lange studie aan de Universiteit van Leiden met als doel het behalen van haar lerarenbevoegdheid. Twaalf jaar na te zijn afgestudeerd aan een Chinese universiteit zit ze opnieuw tussen jonge studenten die soms half zo jong zijn als zij. “Het is een erg bijzondere ervaring want ik zit tussen studenten die een jaar eerder nog bij mij in de klas hadden kunnen zitten op de middelbare school.” Het leert haar ook veel over de verschillen tussen het Chinese en het Nederlandse onderwijs en de studenten.

Spontaan lezen

“Een van de dingen die me is opgevallen, is dat Nederlandse studenten erg veel lezen”, observeert Jessica. “En dan bedoel ik niet het verplichte huiswerk maar dat ze spontaan allerlei artikelen lezen.” Haar klasgenoten komen spontaan met interessante artikelen op de proppen die ze ontdekt hebben. “Ze vinden alles leuk en interessant. In tegenstelling tot veel Chinese studenten zijn mijn klasgenoten daadwerkelijk geïnteresseerd in wat ze studeren. Voor mijn generatie in China lag dat anders. Wij kozen een studie vooral omdat er veel werk in was en dat goed betaalde, niet omdat we het zelf zo interessant vonden.”

De onderwerpen die de studenten interessant vinden verbazen haar ook. “Neem bijvoorbeeld Klassiek Chinees, een erg moeilijk vak met niet zo heel erg veel praktische waarde. Toch vinden veel van mijn klasgenoten het fascinerend en is het hun favoriete vak omdat ze de schoonheid en de magie van de taal erin terugvinden. Ik heb het vroeger ook moeten leren op school, maar begreep het toen niet volledig. Ik ben het nu zelf ook meer gaan waarderen.”

Eigen bijdrage

Qua lesmethoden merkt Jessica dat de studenten in Leiden een veel grotere rol hebben tijdens de lessen en meer actief deelnemen. “De studie gaat uiteindelijk om de studenten, terwijl in China, vooral in mijn tijd, alles draait om wat de leraar jou wil leren. Hier geeft de docent je echter een richtlijn en doe je veel meer zelf. Voor het vak Literatuur geven studenten bijvoorbeeld zelf 45 minuten lang een college over een schrijver of boeken die ze gelezen hebben. Het is leuker voor de studenten en ook voor de leraar. Stel je voor dat een docent al 10 jaar dit vak geeft en hij zelf elke keer dezelfde stof deelt, dan is het vast ook minder interessant voor hem of haar. Nu leert de docent ook van de studenten door hun bijdrage. Ook is er veel meer interactie tussen studenten onderling en studenten en docenten.”

Afgezien van de taal is de studie een stuk uitdagender dan haar universiteitsopleiding in China. Het onderwijs in China staat erom bekend heel zwaar te zijn op de middelbare school en relatief relaxt op de meeste universiteiten. Een goede score halen op de gao kao, het toelatingsexamen voor de universiteit, is een enorme uitdaging en daarmee de toegang tot de beste universiteiten moeilijk, maar als je eenmaal binnen bent kun je op de meeste universiteiten niet snel falen. De slagingspercentages zijn hoog, mede gezien de doelstellingen die de scholen krijgen opgelegd, dus docenten zijn erg soepel met beoordelingen. Ook hebben universiteitsstudenten in sommige jaren opmerkelijk veel vrije tijd. De twee studentes die ik in China zelf als tolk had hoefden zelden een college bij te wonen en hadden voldoende tijd om mij een volledige werkweek bij te staan.

Vrije keuze

Een ander groot verschil dat Jessica heeft opgemerkt zijn de diverse keuzemogelijkheden. “Nederlandse studenten kiezen voor een deel hun eigen vakken, terwijl in China iedereen voor 90% exact hetzelfde leert. Sommige studenten kiezen filosofie terwijl anderen weer taalkunde kiezen. In mijn generatie was zoiets ondenkbaar op de universiteit.”

Ook de vrije keuze bij tentamens verbaasde Jessica. “Bij Geschiedenis hebben ze bijvoorbeeld acht vragen waar je er vier uit kunt kiezen die je gezamenlijk 100 punten kunnen opleveren. Volgens onze docent heeft iedereen een eigen voorkeur voor datgene wat belangrijk is in de geschiedenis. De een vindt politieke hervormingen het belangrijkst, terwijl de ander culturele ontwikkeling of landbouw belangrijker vindt. Je kunt dus zelf bepalen waar je de nadruk op legt. Ik vind dat heel bijzonder. In China moet iedereen hetzelfde van buiten leren: wie keizer Qin was, wat hij gedaan heeft, etc.” Ook bij het schrijven van een paper kun je kiezen uit een aantal onderwerpen die de docent aanlevert of je eigen onderwerp kiezen, zolang de docent het niveau daarvan maar voldoende vindt.

Nieuwe inzichten

Soms leert ze tijdens de lessen zaken waar ze totaal niet van op de hoogte was in China, of die onderwerpen vanuit een ander perspectief laten zien. “Voor het vak Proza kregen we bijvoorbeeld les over Hao Ran, een schrijver waar ik nooit eerder van gehoord had. Hij bleek de enige schrijver te zijn tijdens de Culturele Revolutie. Academisch gezien had hij zijn eigen schrijfvaardigheden en zijn eigen stijl. Zijn literatuur was echter erg beïnvloed door de politiek tijdens de Culturele Revolutie. Toen men later tot de conclusie kwam dat de Culturele Revolutie een vergissing was werd ook Hao Ran’s werk uit de annalen geschrapt. We hebben in China op school nooit iets over hem geleerd.”

Jessica heeft grote bewondering voor haar docenten. “Onze leraren zijn fantastisch. Natuurlijk zijn ze academisch gezien uitmuntend. Maar ze geven ook oprecht om hun studenten. We moeten bijvoorbeeld een paper schrijven en de docent ontmoet ons elke week om ons advies te geven over het schrijven. Het kost hem veel tijd en hij hoeft dat niet perse te doen. Op mijn universiteit kregen studenten buiten de lessen niet veel begeleiding van de leraren. Ik weet niet of dat in China overal zo is; mijn universiteit in China was niet een van de topuniversiteiten.” Zonder twijfel zijn Jessica’s huidige docenten een grote inspiratiebron voor haar.