Jongeren zonder jeugd in China (2)


In een van mijn vorige blogs vertelde ik over mijn eerste tolk, Li. Mijn tweede tolk was de vierdejaars universiteitsstudente Wei. De twee waren bijna elkaars tegenpolen. Waar Li soms humeurig kon zijn leek Wei altijd vrolijk. Zo ‘streetwise’ als Li kon zijn zo ‘bleu’ was Wei. Maar tegelijkertijd was ze ook enorm leergierig en had de werklust van een paard.

Zoals zoveel Chinese jongeren was Wei opgevoed door haar grootouders. Een situatie die in China vooral veel voorkomt op het platteland, waar kinderen door opa en oma verzorgd worden en in hun geboortedorp naar school gaan, terwijl de ouders geld verdienen in het geïndustrialiseerde oosten.

Kinderen blijven ook vaak achter omdat het hukou-systeem, een soort nationaal paspoort, bepaalde rechten verbindt aan hun geboorteplaats. Zouden ze meegaan met de ouders dan zouden ze in hun nieuwe woonplaats geen recht hebben op bijvoorbeeld door de overheid gefinancierd onderwijs en gezondheidszorg.

De meeste ouders verdienen niet genoeg om private alternatieven te kunnen betalen. Hierdoor zien veel kinderen hun ouders slechts een keer per jaar tijdens het Chinese Nieuwjaar, wanneer iedereen terugkeert naar de thuisbasis om dit te vieren met familie. Ik had de indruk dat Wei zelfs bij dat soort traditionele festivals haar ouders zelden te zien kreeg.

Voor het donker thuis

“Ik ben grootgebracht door mijn grootouders. Ze waren strenger ten aanzien van mijn gedrag dan ten aanzien van mijn studie. Ze waren van mening dat een goede opvoeding door de familie essentieel is voor een meisje. Zo moest ik bijvoorbeeld altijd binnen zijn voor het donker werd, of het nu zomer of winter was.” Als we met vrienden een avondje naar een karaoke bar gingen werd Wei steevast door haar oma gebeld waar ze uithing.

Op een dag wilde ze een korte reis maken naar een elders in de provincie gelegen stad om daar wat historische plekken te bekijken en na een overnachting teruggaan naar huis. Haar oma maakte haar duidelijk dat daar geen sprake van was. Haar opa zou zo ongerust zijn, dat hij een hartaanval zou krijgen en dat zou dan arme Wei’s schuld zijn. Teleurgesteld bleef ze thuis.

Net als Li vond ook de 24-jarige Wei in het jaar dat ze mijn tolk was haar eerste echte vriendje. Toen ze eindelijk de moed bij elkaar had geraapt om hem aan mij en haar andere vrienden voor te stellen was het bijna aandoenlijk om hen samen te zien. Zelfs handjes vasthouden was al te spannend voor hen.

Wei: “De vorige generatie heeft niet veel ervaring met kalverliefde dankzij de roerige tijden waarin ze leefden. Daarom was er absoluut geen seksuele voorlichting thuis. Zelfs op school was de les slecht verzorgd en gaf men tieners geen enkel advies. Daar kwam nog eens bij dat mijn grootouders me deden geloven dat het fout was om een vriendje te hebben als je al je aandacht moet richten op studeren en examens. Mijn oma zei altijd tegen me dat ik maar moest wachten tot het moment dat ik door de poort van de universiteit zou lopen.”

Oude denkbeelden

Het opgroeien zonder ouders en opgevoed worden door een oudere generatie heeft een enorme impact op sommige jongeren. “Omdat ze zijn opgegroeid onder totaal andere omstandigheden voedden mijn grootouders mij op met voorbeelden die enkel in hun tijd bestonden.” Wei hield er soms vrij radicale en ouderwetse denkbeelden op na.

Als ik op neutrale wijze met haar sprak over de Dalai Lama werd ze boos en vertelde me dat het een gevaarlijke man was die het bewind in China bedreigde. Als ik haar vroeg waarop ze dat soort dingen baseerde was het antwoord steevast: ”Dat zegt mijn opa.” Ook de bloedig neergeslagen studentenopstand op het Plein van Hemelse Vrede was volgens Wei nooit echt gebeurd en slechts kwaadaardige westerse propaganda.

Veel westerlingen zullen zich hun tienerjaren herinneren als een periode waarin ze zich afzetten tegen hun ouders en hun eigen grenzen verkennen. Geen enkele ouder zal dat altijd even leuk vinden maar nu mijn oudste zoon 19 jaar oud is vind ik dat het in onze maatschappij een gezond proces is.

Tieners zoeken naar hun eigen waarheid, naar hun eigen idealen en ideeën, om vaak later tot de conclusie te komen dat de zaken toch een stuk gecompliceerder zijn dan ze dachten. Maar ook dat lijkt me een gezond proces, iets dat voor veel jongeren die in China opgroeien in een beperkte vrijheid van informatievoorziening en het juk van de meningen van een oudere generatie vaak niet mogelijk is.

Toen Wei afscheid nam als tolk schreef ik naast een getuigschrift ook een persoonlijke brief aan haar. Ik bedankte haar voor alles wat ze voor me gedaan had en gaf haar het advies om de wereld te verkennen vanuit haar eigen gezonde verstand. Om zelf de zaken te onderzoeken op basis van verschillende bronnen en tot haar eigen waarheid te komen in plaats van die van de regering, van haar grootouders of van die koppige vrijwilliger waar ze tolk voor was.

Zoeken naar de waarheid

Wei & Vanessa


Uiteindelijk ging Wei Engels studeren aan de Universiteit van Surrey. In oktober 2013 zochten we haar op. Ook Vanessa, een Engelse vrijwilligster waar we in Xi’an mee gewerkt hadden en die voor Wei een soort moederfiguur was geworden, was van de partij.

Wei had Vanessa al een paar keer eerder ontmoet in Engeland. Vanessa vertelde me over hun laatste ontmoeting. Wei had haar bijna schuldig aangekeken en gefluisterd.’Vanessa … dat incident op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 …’. ‘Ja’, zei Vanessa, die vaak aan tafel had gezeten als Wei en ik weer een pittige discussie over het onderwerp hadden gehad. ‘Wat is daarmee?’. ‘Ik geloof nu dat het echt gebeurd is …’.

“Ik ben nog steeds in verwarring over het vinden van de waarheid. Ik wil door geen enkele partij misbruikt worden. In het afgelopen jaar heb ik echter met tegenzin moeten toegeven dat er naast zwart en wit ook nog een heel groot grijs gebied is.

De enige manier waarop ik de waarheid kan achterhalen is door te ervaren en te vergelijken. Omdat ik nu buiten China ben is er geen ‘great firewall’ meer op internet en kan ik informatie vinden over zaken als ‘het Plein van de Hemelse Vrede’, ‘de Tibetaanse onafhankelijkheid’ en ‘de 14e Dalai Lama’. Ook heb ik boeken van westerse auteurs over de problemen van China gelezen en heb ik in musea foto’s gezien van historische gebeurtenissen in China. Al deze dingen zullen me helpen bij mijn vergelijkingsproces. Ik kan mijn mening over mijn land niet zomaar veranderen, maar wel die over de Communistische Partij. Het vinden van de waarheid kost tijd.”