Taiwan: in een parallel Chinees universum


Na een aantal jaren in China te hebben gewoond en er jaarlijks nog enkele weken te verblijven was ik inmiddels erg nieuwsgierig geworden naar de verschillen tussen Taiwan en China’s vasteland. Het eiland, dat zo’n veertig jaar een Nederlandse kolonie was, heeft naast de oorspronkelijke bewoners in de 17e en 18e eeuw een flink aantal Chinezen uit Fujian en Guangzhou mogen verwelkomen. In 1949 volgden nog eens een miljoen aanhangers van de nationalistische Kuomintang-partij die in een burgeroorlog op het vasteland verslagen waren door de communisten. Dat aantal betrof ‘slechts’ 1 miljoen van de 8 miljoen inwoners die Taiwan daarmee groot werd, maar doordat de Kuomintang (KMT) de scepter zwaaide op het eiland hadden ze wel een grote invloed.

De Taiwanese samenleving is dus sterk gevormd door deze vroege migranten en het bewind van de KMT, maar ook de 50 jaren van Japanse bezetting (1895 – 1945) hebben veel betekend voor de ontwikkeling van Taiwan. In dat opzicht is het alsof de Chinese samenleving in de vorige eeuw opgedeeld is in het communistische China, dat sinds de jaren ‘80 een sterke economische groei doormaakte en Taiwan, dat decennia eerder welvarend was, maar momenteel een vrijwel stilstaande economie kent. Wat was de invloed van deze splitsing?

China 2.0

Ik reisde twee weken met mijn Chinese vrouw Jessica door Taiwan en we spraken regelmatig over hoe we de verschillen ervaarden. Dit leverde interessante discussies op tussen iemand die was geboren, getogen en gevormd in China en een buitenstaander die buiten de directe invloed van China was opgegroeid. Zelf had ik vrijwel meteen het gevoel dat ik terecht was gekomen in een soort parallel Chinees universum. In het boek Do’s and Don’ts in Taiwan van Steven Crook dat ik die weken las viel het me al op dat 90% van wat ik las over de cultuur van Taiwan overeenkwam met de cultuur op het vasteland van China. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, aangezien die cultuur in eeuwen gevormd is en niet in slechts enkele decennia wordt veranderd, zeker niet als het om een geïsoleerd eiland gaat. Maar toch was een aantal zaken opmerkelijk anders, en dan bedoel ik niet zozeer het gebruik van traditioneel Chinese karakters, andere dialecten en een andere manier van romanisering van de taal dan ik gewend was met pinyin. Nee, de verschillen waren vooral terug te vinden in het gedrag van de mensen en hoe ze met ons en elkaar omgingen.

Ik had vaak van mensen die in zowel op het vasteland van China als Taiwan hebben gewoond gehoord, dat Taiwan een soort ‘beschaafdere versie’ van het vasteland van China is. Ook werd Taiwan nogal eens bestempeld als China 2.0. Dat is misschien geen opsteker voor China, maar na twee weken vertoeven in Taiwan begrijp ik waar deze typering vandaan komt. Wat me al heel snel opviel was de rust en stilte. Geen boven elkaar uit schreeuwende of grote groepen voordringende mensen. De enige keer dat ik me wel heb geërgerd was bij het neerstrijken van busladingen Chinese toeristen op het Nationaal Museum. Daar werd ik wel weer opzij geduwd toen ik een foto probeerde te maken van een van de Chinese kunstschatten die de KMT naar het eiland hadden verhuisd bij hun vlucht van het vasteland.

Behulpzaamheid

‘Taiwan is heel mooi, maar dat zijn Guangxi en Tibet ook’ was Jessica van mening. ‘Wat dat betreft is Taiwan niet uniek, maar je voelt wel meteen dat dit niet het vasteland van China is. In nationale parken in China kom je niet zo snel een pad voor minder validen tegen.’ Het was inderdaad opmerkelijk hoe er overal rekening gehouden leek te worden met mensen in een rolstoel.

‘Over het algemeen zijn mensen ook vriendelijker dan ik in China gewend ben en ze lijken ook minder materialistisch. Als je in China in de grote steden rondloopt zie je veel chique dames met dure handtassen, maar hier lijkt het allemaal wat meer verfijnd. Mensen lijken ook meer plezier te hebben in wat ze doen en meer voldoening te halen uit het helpen van andere mensen. Als Chinees word je bijna achterdochtig van al die behulpzaamheid en vraag je je af wat de verborgen agenda is. Maar die blijkt er niet te zijn.’

Ook mij was het opgevallen hoe aardig en behulpzaam iedereen was, of het nu om personeel van commerciële instellingen ging of om  overheidsambtenaren. Iedereen was erg servicegericht, terwijl je in China, vooral als lokale bewoner en zeker bij de overheid, regelmatig ongemotiveerde mensen treft die service niet bepaald in een hoog vaandel hebben staan. Het ‘mei ban fa’ (niets aan te doen) waarmee men zich er in China vaak gemakkelijk vanaf maakt heb ik in Taiwan niet gehoord. Klantgerichtheid is duidelijk verder gevorderd in Taiwan.

Milieu

Opmerkelijk was ook dat Taiwan een veel strikter antirookbeleid heeft. In China rookt nog steeds 60% van de mannen, maar in Taiwan lijkt het een minderheid te zijn, er wordt in ieder geval niet in het openbaar gerookt. In nationale parken zijn er speciale rookplekken, maar in de rest van die parken is roken verboden. In een klein stadspark troffen we zelfs een bushokje aan dat een rookplek bleek te zijn. En bij een lagere school hing een bord dat er in de omgeving van de school niet gerookt mag worden. Bij een tempel was op het trottoir een rookverbodsbord geschilderd … maar ironisch genoeg stond er dan wel weer een grote oven naast voor het verbranden van dodengeld.

Jessica verbaasde zich ook over de manier waarop er met dieren werd omgegaan. ‘In de taxi hoorde ik een bericht op de radio over een man die zijn hond mishandelde, omdat die iemand gebeten had. De politie kwam ter plekke om in te grijpen en de man te vertellen dat hij de hond niet moest slaan. De presentator van het programma herinnerde de luisteraars eraan dat als ze een ‘mao xiao hai’, een harig kindje, wilden hebben, ze die met net zoveel geduld moeten behandelen als hun mensenkinderen. Ik kan me niet voorstellen dat iemand in China de politie zou bellen als er een hond geslagen wordt, laat staan dat de politie dan ook daadwerkelijk zou komen of zo’n bericht te horen zou zijn op de Chinese radio.’

Het viel me ook op hoe schoon het overal was en hoe weinig afval er rondzwierf in steden en natuur, ondanks dat het soms moeilijk was om een prullenbak te vinden. Tegelijkertijd viel op dat Taiwan (net als het vasteland van China) nog wel erg veel disposables gebruikt, terwijl er betere alternatieven zijn. Zo gebruikte een van de hotels waarin we verbleven voor het ontbijt enkel wegwerpbekertjes, -borden en -bestek, wat elke dag vele zakken afval oplevert. Er is nog een lange weg te gaan, maar sommige hotels zijn gelukkig een stuk milieubewuster.

Vooruitgang

Zo nu en dan vond Jessica het toch wat teleurstellend. ‘In China krijg je als kind veel informatie die hoge verwachtingen schept over ‘bao dao’ (schateiland) Taiwan. Gedichten en liedjes beschrijven Sun Moon Lake en Alishan als een droomachtige plek. Soms voldoet het dan totaal niet aan de geschepte hoge verwachtingen.’ Het is ook duidelijk dat China momenteel een snellere ontwikkeling doormaakt dan Taiwan en het eiland hard aan het voorbijstreven is. Taipei kan als hoofdstad volgens Jessica niet tippen aan Beijing.

Mobiele innovatie en zaken als mobiel betalen lijken in Taiwan ook achter te lopen op China. QR-codes zijn niet alom aanwezig en je lijkt eerder Line Pay tegen te komen dan WeChat of Alipay. De vraag is natuurlijk ook of de behoefte aan dergelijke technologie in Taiwan net zo groot is als in China, waar tot enkele jaren geleden veelal met cash betaald werd. Taiwan heeft diverse betaalmogelijkheden met oplaadbare passen waarmee je kunt betalen in 7 Eleven-winkels en het openbaar vervoer. In Taiwan kwamen we naast een paar verdwaalde fietsen van het Singaporese bedrijf Obike eigenlijk ook geen ‘sharing’-bikes tegen die de voetpaden blokkeren zoals in grote steden op het vasteland.

Wat in Taiwan duidelijk van een veel hoger niveau is, is de Engelse vertaling op bordjes en bewegwijzering. Ik ben ik Taiwan vrijwel geen Chinglish tegengekomen, terwijl dat in China makkelijk te vinden is. Bij bezienswaardigheden in Taiwan is meestal uitleg te vinden in het Engels en Japans. In Tainan, waar veel historische gebouwen te vinden zijn, heeft elke bezienswaardigheid een informatiefoldertje met foutloos Engels, overal in dezelfde lay-out en structuur. Ook de bewegwijzering in de nationale parken is bijzonder duidelijk.

Opmerkelijk is ook dat veel bezienswaardigheden en nationale parken geen entree heffen. In China hangt overal een prijskaartje aan en er moet dan ook meteen de hoofdprijs betaald worden. De duurste attractie die we in Taiwan bezochten kostte slechts een derde van het bedrag voor een vergelijkbare attractie in China.

Verkeer

Voor een deel van de reis huurden we een auto en hoewel ik me, op basis van mijn ervaring in China en India, wel wat zorgen maakte over het verkeer, bleek dat in Taiwan onterecht. Het waren vooral vrachtwagens die zich niet aan de maximumsnelheid hielden en personenwagens voorbijraasden, maar verder gedroeg iedereen op de weg zich behoorlijk. Natuurlijk zat er wel eens een bumperklever achter je, vooral op de wegen door de bergen waar je maar 40 km/u mag rijden, maar het viel me alleszins mee.

Kortom, ons bezoek aan Taiwan was een buitengewoon positieve ervaring en geeft me nog meer stof tot nadenken over de verschillen in onderlinge contacten op het eiland versus die op het vasteland. Overigens moeten we niet in euforie uitbarsten. Net toen ik na bezoeken aan steden als Taipei en Tainan overtuigd begon te raken van het beschaafde gedrag van de Taiwanezen werd ik in Lukang, een ‘backwater’ waar toerisme nog in de kinderschoenen staat, bij het oversteken op een zebrapad door een afslaande automobilist uitgescholden voor een niet nader te benoemen lichaamsdeel van mijn moeder en hoorde ik even verderop voor het eerst in twee weken een man luidruchtig rochelen. Old habits die hard.

Veertien dingen die je in Taiwan ziet maar niet snel tegen zal komen op het vasteland van China.

(klik op een plaatje voor vergroting)