Waarom winkeliers en horecaondernemers geen Chinees hoeven leren


Ik zie het steeds vaker voorbij komen de laatste tijd: het nieuws dat het aantal Chinezen dat ons land bezoekt stijgt en dat de toeristische sector dus maar heel snel Chinees moet gaan leren. Slechts de eerste bewering is waar, de andere is volkomen onzin.

Er bestaat natuurlijk geen twijfel over het feit dat je de Chinese toerist beter kunt bedienen als je zijn moedertaal spreekt. Maar dat geldt net zo goed voor alle andere nationaliteiten die ons landje bezoeken. Zijn we in het verleden massaal Japans, Italiaans, Spaans en Russisch gaan leren? Dat zijn namelijk ook talen die veel gesproken worden door bezoekers aan Nederland. Nee, dat deden we niet, omdat veel van deze nationaliteiten voldoende Engels spraken om zich verstaanbaar te maken en het leren van een andere taal buitenproportionele inspanning zou vergen voor datgene wat er mee te winnen viel.

Geen Engels?

De bewering dat het nodig zou zijn om Chinees te leren berust op de veronderstelling dat Chinezen slecht of geen Engels spreken. Dit is slechts ten dele waar. De generaties die voor de jaren ‘80 geboren zijn spreken meestal geen Engels, erger nog, ze hebben dankzij de Culturele Revolutie zelden hoger onderwijs genoten. De generatie uit de jaren ‘80 heeft wel degelijk Engels gehad op school maar de methodiek van leren (het bekende ‘uit je hoofd leren’) heeft er niet aan bijgedragen dat er heel veel is blijven hangen bij de gemiddelde balingou. Veel van hen hebben sinds het afstuderen aan de universiteit de taal simpelweg te weinig gebruikt. Ikzelf heb ooit 3 jaar Spaans gestudeerd en kan me er ook weinig meer van herinneren…

De generatie uit de jaren ‘90, de jiulinghou, daarentegen spreekt vaak vrij aardig Engels. Niet op het niveau van dat van veel West-Europeanen, maar vaak beter dan we ons realiseren. Het is vaak een stukje verlegenheid en faalangst die ze in het onderwijs hebben meegekregen die hen ervan weerhoudt Engels te spreken. Een mooi voorbeeld is de jonge jurist Shibo met wie ik vorig jaar tijdens een bezoek aan de provincie Hunan aan de praat raakte. Hij was ook op reis en nog op zoek naar accommodatie voor die nacht en ik raadde hem het hostel aan waar ik verbleef. Later die avond zochten we samen een restaurantje op voor wat eten, een paar biertjes en een gesprek in mijn zeer beperkte Mandarijn. Toen de vermoeidheid om 11 uur toesloeg en ik hem uitlegde dat mijn hersenen niet langer Mandarijn konden produceren begon Shibo spontaan Engels te spreken! En zijn niveau bleek een stuk hoger dan mijn Mandarijn.

Dus, de jongere generatie kan zich waarschijnlijk net zo goed redden als andere nationaliteiten die ook geen perfect Engels spreken (wist je dat gebroken Engels de meest gesproken taal ter wereld is?). Maar die ouderen dan? De gepensioneerde Chinese reiziger reist veelal in groepen. Niet alleen worden ze vergezeld door een reisbegeleider die hun moedertaal spreekt en hen kan helpen waar nodig, ook is de kans dat ze een kleine tot middelgrote Nederlandse horecaonderneming bezoeken een stuk kleiner dan bij de jiulinghou. Veelal eet dit soort grote groepen in Chinese restaurants, en de 8 Chinese hotels die in Amsterdam worden gebouwd zijn ook vooral voor deze doelgroep bestemd.

Inspanning versus opbrengsten

En dan is er nog een andere reden waarom Chinees leren voor deze ondernemers een onverstandige keuze is. Het is een buitengewoon moeilijke taal die al snel 2 tot 3 keer zoveel tijd kost om te leren als een West-Europese taal. Het bestaan van de vier tonen die een woord een totaal andere betekenis geven en een ingewikkeld schrift waarbij je duizenden karakters moet leren maken, dat het onder de knie krijgen van de taal een uitdaging is waar de gemiddelde horecaondernemer of -medewerker helemaal geen tijd voor heeft. En heeft hij wel tijd over dan kan hij die beter besteden aan activiteiten die een duidelijk positief effect zullen hebben op zijn bedrijfsvoering. Bovendien is, als je geen tiener meer bent, het leren van een nieuwe taal sowieso al een uitdaging voor onze hersenen, laat staan als het Chinees is.

Ter illustratie twee voorbeelden die aangeven hoe zinloos het is om Chinees te willen leren voor genoemde doeleinden. Mijn uit China afkomstige vrouw en ik spreken thuis Nederlands, Chinees en Engels door elkaar (bezoek wordt er soms helemaal gek van…). Voor anderen lijkt het alsof ik vloeiend Chinees spreek maar mijn woordenschat is relatief beperkt en mijn gebruik van tonen verre van foutloos. Maar mijn vrouw kent mijn fouten en mijn vocabulaire. Ze gebruikt geen woorden of zinsconstructies waarvan ze weet dat ik ze niet begrijp. Dit levert echter bijzondere situaties op als een tweede Chinees zich in het gesprek mengt en wij elkaar dan niet begrijpen. ‘Maar ik hoorde je net nog Chinees spreken met je vrouw?!’.

Van de middelbare school studenten waaraan mijn vrouw lesgeeft zullen degenen met motivatie en aanleg met twee lesuren per week en zes jaar studie niet uitstijgen boven A2-niveau en de meesten zullen slechts A1 behalen. In de mondelinge opdrachten van de studenten hoor ik niet alleen hoe ze heel veel moeite hebben met de tonen maar ook met de juiste uitspraak van pinyin, het transliteratiesysteem voor Mandarijn. Ik betwijfel ten zeerste of ze zich zelfs met eenvoudige zinnen echt goed verstaanbaar zouden kunnen maken tegenover een Chinees. Ook veel van deze leerlingen zullen na enige tijd alles weer vergeten zijn want Chinees is een taal die je moet blijven oefenen. Als Nederland’s slimste VWO-studenten hier al mee worstelen, zal het de gemiddelde volwassene dan makkelijker afgaan?

Geen taal leren, wel aanbieden

Maar dit betekent niet dat je de Chinese reiziger niet een heel eind zou kunnen helpen. Je hoeft zelf geen Chinees te leren om Chineestalige brochures, menukaarten, audio-guides en videobeelden ondertiteld met Chinese karakters aan te bieden. Er zijn voldoende Chinezen en dienstverleners in Nederland die je prima kunnen helpen met het vertalen van deze hulpmiddelen en je zou zelfs oproepkrachten kunnen inhuren voor wie Chinees de moedertaal is. Of, als het echt nodig is, zo iemand in dienst nemen. In plaats van de taal te leren kan een ondernemer zich beter verdiepen in manieren om het de Chinese toerist beter naar de zin te maken, b.v. met heet water en een warm ontbijt. Hij zal ze daar een veel groter plezier mee doen dan Mandarijn te spreken maar voor zijn gasten totaal onverstaanbaar te zijn. Wil je echter Chinees leren uit persoonlijke interesse of passie voor de cultuur dan moet je het zeker proberen. Maar voor het voeren van een horecaonderneming of winkelbedrijf is de noodzaak er absoluut niet.