Vrijwilligerswerk en goede doelen in China


In de periode 2011-2013 deed ik vrijwilligerswerk in China. In twee artikelen deel ik graag enkele van mijn ervaringen uit die tijd. Deze keer nemen we een kijkje in vrijwilligerswerk door Chinezen en de stand van zaken bij goede doelen.

Een recent onderzoek door een reclamebureau wees uit dat jongeren in China twee ambities hebben: een beter materieel leven leiden dan hun ouders en een bijdrage leveren aan familie en de maatschappij. Wat dat betreft is er volop motivatie onder (vooral) jongeren om vrijwilligerswerk te doen. Tijdens mijn werk in Xi’an voor een lokaal vrijwilligerscentrum was ik geregeld aangenaam verrast door het aantal studenten dat graag een parttime vrijwilligersbaantje wilde hebben om de minder bedeelden in de samenleving te kunnen helpen.

Ook in de middenklasse stijgt de interesse in vrijwilligerswerk door een toenemende behoefte aan ‘zingeving’ door middel van religies als Boeddhisme, Daoisme en Christendom. De wil is er zeker, maar de organisaties en middelen ontbreken vaak. Potentiële vrijwilligers weten niet waar ze terecht kunnen en organisaties die vrijwilligers nodig hebben weten vaak niet hoe ze hen kunnen vinden, werven, managen en vasthouden. Het geheel aan procedures en systemen dat ook wel Volunteer Management Systems genoemd wordt ontbreekt meestal.

De centrale overheid in China begon in 1993 met het promoten van vrijwilligerswerk. Vooral na de inzet van vrijwilligers bij de Olympische Spelen in Beijing in 2008 en na de aardbeving in Sichuan is de interesse in vrijwilligerswerk sterk toegenomen. Momenteel is zo’n 3% van de Chinezen geregistreerd als vrijwilliger. Vergeleken met westerse landen als de UK (15%) is dat echter nog niet veel. In het huidige vijfjarenplan van de overheid staat echter de doelstelling om dit op te krikken naar 10%. Een interessante ambitie.

Verplicht vrijwilligerswerk

Er is wel een aantal merkwaardigheden met betrekking tot vrijwilligerswerk. China Daily publiceerde in december 2011 een artikel over een universiteit in Hangzhou die de studenten in een periode van een maand dat er geen lessen waren verplicht vrijwilligerswerk liet doen op de World Leisure Expo. Niet echt op ‘vrijwillige’ basis dus en de studenten waren terecht ‘not amused’ en dus niet gemotiveerd. Het aantal Expo- evenementen neemt toe in China en er wordt regelmatig gebruik gemaakt van vrijwilligers, vooral studenten omdat andere geregistreerde vrijwilligers vaak niet beschikbaar zijn tijdens werkdagen. In de praktijk kan dit soort ‘verplicht vrijwilligerswerk’ echter een bedreiging vormen voor de passie die jongeren vaak hebben.

Een andere kanttekening bij vrijwilligerswerk is de vraag wat de intentie van de vrijwilliger is. Het is bekend dat sommige studenten niet echt gemotiveerd zijn om vrijwilligerswerk te doen, maar deelneemt omdat het goed staat op hun CV, of omdat het studiepunten oplevert. Maar het kan erger. Toen ik deelnam aan een actie van een goed doel waarbij we kleding en dekens uitdeelden aan de daklozen in Xi’an was er een groepje rijke Chinezen die een hoop van deze materialen doneerde. Een en ander werd met veel bombarie overgedragen en uitvoerig vastgelegd op de gevoelige plaat, ongetwijfeld om de filantropie van de betrokken personen breed uit te kunnen meten in de pers.

In eerste instantie was ik erg onder de indruk van de vrijgevigheid van deze welvarende personen, maar al snel kreeg ik zo m’n twijfels. We reden in de peperdure slee van een van hen door Xi’an, zoekend naar de plekken waar de daklozen sliepen. Al snel begon de eigenaresse van de auto te klagen.

Ik kon er niet veel van verstaan maar het was duidelijk uit de toon in haar stem dat haar motivatie als sneeuw voor de zon was verdwenen zodra de foto’s genomen waren. De initiatiefnemer van de de actie hoorde het allemaal met bewonderenswaardige kalmte aan. Later moest hij toch even z’n hart luchten bij mij en vertelde me wat de dame allemaal gezegd had. Er zouden geen daklozen zijn in Xi’an. Ze zouden het helemaal niet koud hebben. Ze zouden onze hulp niet nodig hebben. Ze zouden voor zichzelf moeten zorgen.

NGOs en GONGOs

Vrijwilligerswerk en goede doelen liggen gevoelig in China. Geld mag alleen ingezameld worden met een vergunning van de overheid en die geeft ze zelden uit. Een aantal organisaties met een vergunning is overigens betrokken geraakt bij schandalen en corruptie. Schenkingen aan goede doelen liepen vaak via overheidsorganen waar heel wat aan de strijkstok (lees: de portemonnee van corrupte overheidsambtenaren) bleef hangen. En de overheid, die in China gezien wordt als een orgaan dat ieders leven aangenamer moet maken, is van oudsher ook niet zo blij met zogenaamde NGOs (non-government organisations) omdat het een teken is dat ze op sommige vlakken haar werk niet bijzonder goed doet.

Zich registreren als NGO is echter nog steeds erg lastig en veel goede doelen opereren onder de paraplu van de overheid als GONGO (Government-Organised Non-Government Organisations) of zonder officiële status. Tot voor kort moest een NGO die zich wilde registreren een overheidsorgaan vinden dat wilde optreden als sponsor (maar niet noodzakelijk geldschieter).

Dit jaar zijn de regels versoepeld en sommige ‘illegale’ NGOs, waaronder organisaties die de armen, ouderen en gehandicapten helpen, zijn zelfs uitgenodigd zich officieel te registreren. NGOs met politieke doelen blijven verboden. Hieronder vallen organisaties voor rechten van de mens, etnische groepen, religie en arbeiders. Ze worden gezien als een bedreiging voor de macht van de communistische partij en worden vaak tegengewerkt of zelfs met geweld bedreigd door handlangers van de lokale overheden.

In de afgelopen 25 jaar zijn er in China zo’n 500.000 NGOs geregistreerd en naar verwachting zal dit aantal de komende jaren verdubbelen nu de regels versoepelen. Naar schatting zijn er namelijk nog eens 1,5 miljoen niet geregistreerde NGOs. De overheid lijkt tot inzicht te zijn gekomen dat NGOs kunnen helpen bij het verminderen van sociaal ongenoegen in de samenleving en bij verbetering van gezondheidszorg, onderwijs en andere diensten. De Communistische Partij beseft dat NGOs bovendien beschikken over een aantal zaken die zij mist: ideeën, een ‘grassroots’ begrip van de betreffende problematiek en vertrouwen in de lokale samenleving. De overheid lijkt langzaam aan te willen leren hoe ze bepaalde zaken kan delegeren.

Buitenlandse NGOs worden daarnaast met wantrouwen in de gaten gehouden en regelmatig verdacht van het verspreiden van ‘buitenlandse waarden’ of zelfs ‘anti-China gedachten’. Niet geheel onterecht, want sommige westerse NGOs die zich in het verleden in China vestigden gingen vergezeld van religie en missionarissen die de Chinezen kwamen bekeren.

Gelukkig is de overheid de laatste tijd soepeler geworden richting buitenlandse goede doelen-instellingen en zien ze veel ervan niet meer als bemoeizucht maar als een daadwerkelijke mogelijkheid tot constructieve samenwerking. Alhoewel … in juni 2014 lekte er nog een memo uit waarin de nationale veiligheidscommissie een ‘uitvoerig nationaal onderzoek naar buitenlandse NGOs en hun activiteiten’ aankondigde.