Van Copycat naar Innovator


China heeft nooit echt bekend gestaan als een centrum voor innovatie. Integendeel, het beeld dat de meeste mensen van China hebben, is nog steeds dat het land de fabriek van de wereld is. Een land waar
uitvindingen uit het Westen tegen lage kosten worden geproduceerd. Of het nu om goedkoop speelgoed, kleding of de Appleproducten gaat die in de Foxconn fabrieken in elkaar worden gezet. Producten die China onder haar eigen merken produceert, zijn meestal niet meer dan schaamteloze kopieën en diefstal van intellectueel eigendom. Zo denkt men.

China mag dan niet bekend staan als innovator, dat is vroeger toch echt anders geweest. Veel van de grootste uitvindingen uit de geschiedenis van de mensheid kwamen uit China. Buskruit, het kompas, papier en boekdrukkunst staan bekend als de ‘grote vier uitvindingen’ van het oude keizerrijk. Ook waren Chinezen de uitvinders van de kruisboog, pasta, bankbiljetten, de vlammenwerper, de helikopterpropeller, vliegers, wiskunde met negatieve getallen, raketten, thee en toiletpapier. Om maar
eens een greep te doen uit de ellenlange lijst.

In de afgelopen eeuwen heeft China echter zijn voorloperrol als innovator verloren aan het Westen. Geleerden wijzen op een aantal factoren voor haar huidige gebrek aan innovatie. Allereerst is er het onderwijssysteem, welke de nadruk legt op het van buiten leren van feiten en confirmeren aan de standaard in plaats van stimuleren van creativiteit en probleemoplossend vermogen. Fouten worden in principe niet getolereerd, wat resulteert in risicomijdend gedrag. Bovendien werd tijdens het bewind van Mao Zedong’s Culturele Revolutie de creativiteit van een hele generatie doodgedrukt.

Vervolgens is er de leer van Confucius, welke hiërarchie en volgzaamheid preekt. Binnen het bedrijfsleven leidt dit tot een gebrek aan gezonde uitdaging van autoriteit en de status quo, die juist voor start-ups zo belangrijk is. Tenslotte is er nog het gebrek aan bescherming van intellectueel eigendom.

De overheid probeert nu innovatie te stimuleren op de enige manier die ze kent: met brute kracht door enorme investeringen. De randvoorwaarden voor innovatie missen echter en naar schatting gaat zestig procent van de investeringen in research and development (R&D) verloren aan corruptie. Tegelijkertijd zijn veel Chinese ondernemers meer geïnteresseerd in snel rijk worden (door kopiëren) dan het bouwen van een daadwerkelijk innovatief product en succes op lange termijn.

Toch zijn de verwachtingen voor China positief. Vergeet niet dat het land pas sinds 1978 vrij ondernemerschap kent terwijl de koploper in innovatie, de Verenigde Staten, dat al 150 jaar ervaart. Stijgende loonkosten dwingen China bovendien tot een meer strategische aanpak.

Een stimulerende factor voor innovatie was ook de terugkeer van Chinezen die in Amerika gestudeerd hadden en frisse nieuwe ideeën meebrachten. Een aantal van China’s grootste internetbedrijven worden
geleid door deze ‘hai gui’ (zeeschildpadden, een woordspeling op de Chinese karakters voor repatrianten), zoals ze plaatselijk genoemd worden. In de afgelopen tien jaar heeft China duizenden klonen geproduceerd van platformen als Facebook, Twitter, Groupon, Amazon, et cetera. Rond veel van deze kopieën zijn echter sterke bedrijven ontstaan zoals Baidu (zoekmachine), Tencent (games en sociale netwerken) en Alibaba (e-commerce).

De aanwezigheid van sterke concurrentie op de Chinese markt heeft de internetbedrijven er echter toe gedwongen om na de lancering van hun ‘schaamteloze kopie’ direct door te ontwikkelen. Deden ze dat niet dan zouden er binnen no-time vijftig identieke klonen van hun eigen kloon zijn. Het pad wat gevolgd werd is dus simpel: kopiëren, lokaliseren en innoveren. Zo is er een veelheid aan functionaliteit toegevoegd en zijn de meest succesvolle producten hun oorspronkelijk gekopieerde bron vaak al
ver voorbij gestreefd.

Tencent is het schoolvoorbeeld van deze ontwikkeling. Het bedrijf begon met de immens populaire instant messaging app QQ, welke zelfs in naam een schaamteloze kopie was van het Israëlische ICQ. Tencent’s microblog Tencent Weibo is inmiddels echter superieur aan Twitter en meer een mengvorm van een microblog en Facebook doordat de mogelijkheid om commentaar onder berichten te plaatsen betere sociale communicatie faciliteert. Tencent’s mobiele app WeChat combineert elementen van WhatsApp (mobiele chat), Instagram (foto’s delen), Path (delen van ‘momenten’ op een sociale tijdslijn), Skype (video-calling), voice messaging en een platform voor plug-ins. WeChat is daarmee uniek in de wereld en heeft inmiddels zeshonderd miljoen gebruikers2. In augustus 2013 werd er veel nieuwe functionaliteit toegevoegd, waaronder de mogelijkheid goederen en diensten via WeChat te kopen en betalen. Daarmee is Tencent inmiddels in een hevige strijd met Alibaba verzeild geraakt om de markt voor mobiele commercie.

In China vindt een massale verschuiving plaats naar mobiel internet dankzij de explosieve groei in de verkoop van smartphones. Inmiddels surfen zelfs meer Chinezen via hun telefoon op internet dan via desktops en laptops. Op het gebied van mobiele telefonie, mobiel internet, apps en mobiele commercie zijn de ontwikkelingen bijna niet bij te houden en lopen we in het Westen naar mijn mening al achter op China. Het wordt daarom hoog tijd dat Westerse bedrijven gaan letten op wat er in China gebeurt. Niet alleen om te leren van wat Chinese bedrijven doen in plaats van hen zoals de afgelopen tien jaar te negeren als ongevaarlijke naapers. Ook omdat de tijd ongetwijfeld gaat komen dat Chinese technologische innovaties niet meer onderdoen voor Westerse.