Vertrouwen gaat te paard in China


Een paar jaar geleden las ik het boek China in Ten Words van de Chinese schrijver Yu Hua. In het boek geeft de schrijver in tien hoofstukken aan de hand van een steekwoord zijn kijk op China. Meestal zijn de vaak humoristisch getinte verhalen gerelateerd aan zijn ervaringen tijdens de Culturele Revolutie. Soms gaat het meer over het hedendaagse China, zoals bij het woord dat me het meest is bijgebleven uit het boek: ‘huyou’ oftewel ‘bedotten’.

Yu Hua beschrijft wat ‘huyou’ in verschillende contexten kan betekenen en de betekenis die het meest blijft hangen is ‘bedonderen’: oneerlijkheid, een onjuiste voorstelling van zaken en fraude. Yu Hua geeft in zijn boek voorbeelden van leugens en overdrijvingen hype die gebruikt worden ter promotie van producten: een appartementencomplex waar Bill Gates zich zou vestigen, een boek dat nog voor de Engelse vertaling verfilmd zou worden in Hollywood, etc.

Een van de redenen dat dit hoofdstuk zo bleef hangen was het feit dat ik er direct de realiteit in herkende. En dan nog niet eens zozeer de werkelijkheid dat je in China als buitenlander al snel een hogere prijs betaalt (de reden dat m’n vrouw me vaak vraagt niet mee te gaan naar bepaalde besprekingen).

Ik herkende er met name het gedrag van Chinezen onderling in. In China heerst een algeheel gevoel van wantrouwen. Als iemand geen onderdeel uitmaakt van je sociale netwerk is hij er zeker op uit om je te bedonderen, een loer te draaien en te bedriegen. Een buitengewoon trieste situatie, waarin mensen per definitie ervan uitgaan dat de andere persoon te kwader trouw is. En niet geheel ten onrechte, want iedereen heeft voldoende voorbeelden. Zo vertelde mijn vrouw hoe ze een loodgieter ooit voor dure nieuwe leidingen betaalde. Na de betaling wisselde hij die om voor oude, roestige tweedehands leidingen.

Cultureel geworteld

Confuciaanse culturen als China, Taiwan en Korea zijn zogenaamde ‘laag-vertrouwensamenlevingen’. Wantrouwen is diep geworteld in de Chinese cultuur. De Chinese samenleving is van oudsher opgebouwd uit stammen. Leden van zo’n groep genieten elkaars vertrouwen en loyaliteit. Maar personen buiten die groep worden per definitie niet vertrouwd. Dat vertrouwen moet gewonnen worden en daarom is er vaak een verbindende schakel nodig tussen twee contactpersonen die elkaar niet kennen. Zie hier de noodzaak tot guanxi of ‘connecties’ voor Chinezen onderling om dingen voor elkaar te krijgen. Ik heb zelf al eens meegemaakt hoe mijn vrouw drie families moest trakteren op een etentje om iets geregeld te krijgen. Het betrof haar eigen familie, de familie van de persoon die haar kon helpen, maar die ze persoonlijk niet kende en de verbindende familie die deze beide partijen kende. Een investering van ruim 1000 RMB om een transactie überhaupt mogelijk te maken.

Verkopers worden per definitie niet vertrouwd. Relatief beperkte bescherming door wetten en een alles behalve optimale handhaving daarvan zorgt ervoor dat de Chinezen continu op hun hoede zijn. Als de wet hen niet beschermt zullen ze dat zelf moeten doen. Het wantrouwen ten aanzien van verkopers heeft ook culturele wortels. In het oude China hadden boeren het meeste aanzien. Handelaren stonden na boeren, wetenschappers en werklui onderaan de sociale ladder. Eeuwen later, tijdens het communistische bewind voor de openstelling van China eind jaren ’70, werd handel ook gezien als een teken van kapitalisme en dus verwerpelijk.

Onderzoek

Maar wantrouwen is niet alleen een culturele kwestie. Het onderlinge vertrouwen lijkt de laatste jaren verder te zijn afgenomen. Yu Hua schrijft in zijn boek dat de groeiende populariteit van het woord ‘huyou’ een bewijs is van het  verval in sociale moraal en verwarring binnen het systeem van normen en waarden’ dat in China is ontstaan dankzij een ‘ongelijke ontwikkeling in de afgelopen 20 jaar’. Dit is een verklaring die je vaker hoort: in het nieuwe China ontbreekt een gezamenlijk systeem van normen en waarden.

Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de beslommeringen van de ‘gewone man’ in China en heb meerdere onderzoeken gelezen over wat hem bezighoudt. Het Pew Research Center onderzoekt frequent de zorgen in de Chinese samenleving. Uit hun onderzoek uit 2013 bleek dat tussen 2008 en 2013 de zorgen over onderstaande onderwerpen het sterkst  waren toegenomen:

  1. Voedselveiligheid
  2. Kwaliteit van producten
  3. Veiligheid van medicijnen
  4. Ouderdomsverzekering
  5. Luchtverontreiniging
  6. Corruptie onder ambtenaren

Vier van deze zes zorgen hebben te maken met wantrouwen in personen en de producten die zij aanbieden.

In september 2014 publiceerde de staatskrant People’s Daily de uitkomsten van een onderzoek naar de grootste sociale problemen volgens het Chinese volk. De top 5 zag er als volgt uit:

  1. Gebrek aan geloofwaardigheid van de overheid (55%)
  2. Egoïsme en ‘omstandergedrag’ (49%) (zie ook dit artikel over dit probleem)
  3. Zorgen over werk, leven en sociale status (45%)
  4. Wantrouwen uit gewoonte (40%)
  5. Uiterlijk vertoon en praalzucht (39%)

40% van de bevolking maakt zich er dus zorgen over dat men uit gewoonte niemand meer vertrouwt, maar ook #1 en #2 spreken een gebrek aan vertrouwen in de medemens uit. Uit een onderzoek van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen bleek in 2013 dat meer dan 70% van de Chinezen een vreemdeling niet vertrouwt. Bedrijven worden het minste vertrouwd, maar ook ambtenaren, doktoren en politie vertrouwt men niet.

Internationale gevolgen

Wat de gevolgen zijn van het wantrouwen van de Chinezen in hun landgenoten kunnen we over de hele wereld zien. In Nederland vliegen de pakken babymelk de winkels uit om via een grijs kanaal geïmporteerd te worden in China. Vaak zijn dezelfde merken ook in China te koop, maar vertrouwen de ouders het product niet als er een Chinese verpakking omheen zit. Ze kopen liever van illegale handelaren die hen het veelvuldige van de normale prijs in rekening brengen en zich verrijken met het wantrouwen van de consument.

Hoewel er steeds meer merken komen die het tegendeel bewijzen hebben de meeste Chinezen nog weinig vertrouwen in binnenlandse merken. Buitenlandse merken staan bij de Chinese consument voor kwaliteit, veiligheid en authenticiteit. Zo wordt ruim een kwart van de luxe artikelen in de wereld gekocht door Chinezen. Maar het meest opmerkelijke is dat 60% daarvan buiten China wordt gekocht, bijvoorbeeld door toeristen.

Een oud Chinees verhaal daterend uit 230 v.C. vertelt hoe een man zijn bijl kwijtraakt. Hij vermoedt dat de zoon van de buurman de bijl gestolen heeft. Als hij de buurjongen eens goed bekijkt lijkt alles erop te duiden dat het een dief is: de manier waarop hij loopt, kijkt en de klank van zijn stem. Maar dan vindt de man zijn bijl terug in zijn eigen tuin. Hij kijkt nog eens naar de buurjongen en merkt dat deze er niet langer uitziet als een dief. Dit verhaal vertellen ouders hun kinderen al eeuwen. Maar het lijkt nog steeds niet te mogen baten…